Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

18 februari - eerste zondag van de vasten

Gen 9, 8-15
Mc 1, 12-15

Afgelopen woensdag was het aswoensdag, het moment waarop voor de christenen de vastentijd begint.  Een eenvoudig voorstel om de strijd aan te gaan met onze gewoontes, met ons leven van altijd.  Om ons hart te scheuren en nieuw te maken.
Wanneer we een assenkruisje opgelegd krijgen, zegt de priester tegen iedereen: bedenk mens, dat gij van stof zijt en tot stof zult weerkeren.  Met andere woorden, vergeet nooit dat je maar een gewone mens bent, maak dus van jezelf geen god die je achternaloopt.   
Ja, we hebben het nodig om terug te keren naar God.  Om daar aan herinnert te worden, want we vergeten het maar al te snel en zoals de jongste zoon in de parabel van de verloren zoon gaan we onze eigen weg en denken we dat we beter af zijn zonder de vader, dat we het allemaal zelf wel kunnen.

Keer tot God terug met heel je hart.  Niet een klein beetje, maar met heel je hart.
In het evangelie van vandaag wordt Jezus zelf op de proef gesteld in de woestijn.  In het evangelie volgens Marcus staat er ‘door satan’.  Dat betekent door het kwade, door de wil om te leven voor jezelf, om jezelf te redden. 
In Jezus is God eindelijk in de wereld gekomen, om de strijd aan te gaan met het kwade.  En ook wij moeten deze strijd in ons eigen hart voeren, opdat wij altijd zouden kiezen voor het goede en het kwade zouden afzweren.
Jezus houdt van elke mens en wil niet dat er iemand verloren gaat, zoals een herder die om elk schaap geeft en wil dat ze allemaal bij de kudde blijven.  Daarom zegt hij tegen ieder van ons vandaag: de tijd is rijp, bekeer u want het rijk gods is nabij.
Jezus wil niet dat ons leven verloren gaat, dat we droevig worden omdat we de ware vreugde van de vriendschap voor de anderen niet kennen.  Wie zijn eigen leven niet verandert, blijft altijd dezelfde en geeft uiteindelijk toe aan de stem van satan die zegt: kies toch voor jezelf, leef toch voor jezelf.
De veertigdagentijd is een tocht.  En op die tocht worden we uitgenodigd door Jezus.  Maar hij vraagt wel dat we ons zouden haasten en dat we met heel ons hart ons tot God zouden keren. 
Wij denken vaak dat de vraag van Jezus niet dringend is, dat we ook nog wel wat kunnen wachten met onze bekering, dat we wel aan anderen zullen denken als we groot en volwassen zijn.  Dat is fout gedacht.  Onze bekering is dringend, want als we ons eigen hart niet veranderen kunnen we de wereld niet veranderen.  En deze wereld heeft zoveel nood aan verandering, want er is zoveel hardheid, zoveel geweld.  Denken we maar aan de schietpartij in Florida, of de oorlog in Syrië, of de uitbuiting van zovele straatkinderen in het zuiden van de wereld.  Zoveel geweld, zoveel plaatsen waar satan lijkt te overwinnen.
De veertigdagentijd roept ons dringend op om de wereld te veranderen, te beginnen bij ons eigen hart.  Onze bekering helpt om een wereld in vrede tot stand te brengen.
De leerlingen van Jezus zijn geroepen om mensen van het hart te worden, mensen die de liefde van Jezus in de wereld brengen.
Geloven in het evangelie betekent geloven in die Vader die de verloren zoon tegemoetloopt en in zijn armen sluit, zonder dat die jongste zoon dat verdiende.  Het betekent geloven dat dit woord de weg van vrede is die de wereld zal veranderen.

Het betekent geloven in de kracht van het gebed.  Laat ons deze vastentijd gebruiken om meer te bidden en meer in de bijbel te lezen.  Want door de woorden van God meer te lezen zullen ze meer wortel vinden in ons hart en zullen ze ons hart kneden zodat we betere mensen worden.  

29 januari 2018

Deut. 18,15-20
Mc 1, 21-29


Als Jezus de woestijn van Juda verlaat, kiest hij Kafarnaum als zijn verblijfplaats.  Hij gaat niet terug naar Nazareth, waar hij dertig jaar geleefd heeft, waar hij was opgegroeid en waar hij alles kende.
Jezus kiest ervoor om naar een stad te gaan.  De keuze voor de stad is niet toevallig.  Jezus wil het leven van de mensen delen.  En Jezus wil dit niet alleen doen.  Vorige week hebben we gehoord wie hij als eerste leerlingen geroepen heeft. 
Jezus wil de kracht van het evangelie in de grote steden brengen, in de grote wereld.  Dit is een oproep voor alle christenen, ook voor ieder van ons.  Om het evangelie daar te beleven waar wij komen, in onze scholen, in onze sportclubs, in onze familie en vriendenkring.  Overal kan je het evangelie beleven. 
Het is geen toeval dat paus Franciscus geregeld oproept om van het evangelie te getuigen in de stad.  En Jezus begint zijn eerste prediking in de synagoge van Kafarnaum.  Na ons bezoek van vorige week aan de joodse familie en hun synagoge begrijpen we beter hoe belangrijk die synagoge voor de joden wel is.  Het is het huis van God, waar ze heel veel uren doorbrengen om te bidden, om te lezen, om samen te luisteren naar de woorden van God. 
Jezus begint te spreken over de kracht van de verandering die het evangelie in de wereld kan betekenen.  Later zal hij zeggen dat het koninkrijk van God is als gist in het deeg, dat het hele deeg doet rijzen.
Zo is het ook met het evangelie: het kan de hele stad doen rijzen! 
Het evangelie van vandaag legt ons uit dat Jezus met gezag spreekt.  Degenen die in de synagoge aanwezig waren waren ‘buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit’.

Als je de woorden van Jezus hoort, kan je niet onverschillig blijven.  Je wordt voor een keuze gezet: Jezus en zijn droom volgen, of je opsluiten in je eigen kleine wereld.  De prediking van de schriftgeleerden die vol zat met regels waar je je aan moest houden, raakte niet echt het hart van de mensen.  En ook vandaag zijn er veel predikers die de mensen toespreken, via de tv, via facebook, via de sociale media.  Predikers die zeggen dat je vooral aan jezelf moet denken.  Dat je je geluk moet vinden in de ultieme sport, of het nieuwste game, of in mooie kleren of lekker eten… Zoveel manieren worden ons aangeboden om gelukkig te zijn en de ene roept al luider dan de andere.

Jezus roept niet luid, je moet moeite doen om zijn boodschap te horen.  Maar hij spreekt wel met gezag en legt ons duidelijk uit dat de enige manier om écht geluk te vinden is om God graag te zien en de anderen liever dan jezelf.  Het lijken heel eenvoudige woorden maar het is misschien wel het moeilijkste wat een mens moet doen in zijn leven, de andere liever zien dan zichzelf…
En dan komt er een man die in de macht was van een onreine geest, een man die niet zichzelf was.  En hij roept:  Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken?  En als we eerlijk zijn, hebben we die vraag mss ook al bij onszelf gesteld.  Wat heeft Jezus met ons leven te maken?  Kunnen wij uiteindelijk niet best voor onszelf beslissen wat goed voor ons is en wat niet?  waarom zouden wij naar hem luisteren?
Er leeft een verzet tegen de woorden van Jezus, omdat ze ons uit onze veilige comfortzone halen, omdat ze ons uit onze luiheid halen en ons wakkerschudden.  Want als je de andere liever ziet dan jezelf, dan wil je niet dat die andere ongelukkig is en dan schiet je in gang om die andere te helpen.
Jezus antwoordt duidelijk: zwijg stil en ga uit hen weg! Elke christen moet tegen die stemmen die oproepen om voor zichzelf te leven zeggen: ga weg!  Zwijg stil!

Jezus roept ons op om het evangelie écht te beleven.  Of zoals Franciscus van Assisi het zei: sine glossa, zonder commentaar, zonder toevoegingen of dingen af te zwakken.  Want als wij het evangelie écht beleven, zullen wij de wereld kunnen veranderen.  

21 januari 2018

Jn 3, 1-5.10
Mc 1, 14-20

Het evangelie van vandaag vertelt ons over één van de eerst ontmoetingen van Jezus.  Het is het begin van een vriendschap zonder einde, een broederlijkheid die ver voorbij de eigen familie gaat.   Deze vriendschap is geen gebeurtenis uit het verleden.  Ook vandaag nog is dat dé manier om christen te zijn, om die broederlijkheid van Jezus met zijn leerlingen opnieuw te beleven.
Want eigenlijk heeft Jezus ook ieder van ons geroepen om zijn leerling te zijn.  En dus zijn wij samen de leerlingen van Jezus, zoals broers en zussen, maar dan in het geloof.  Als je gedoopt wordt, wordt je opgenomen in de wereldwijde familie van leerlingen van Jezus.  Christen zijn is een weg van ontmoeting, met Jezus en met de anderen.

Jezus spreekt met gezag, hij roept de leerlingen en zegt heel eenvoudig: Kom, volg mij.  Jezus is geen generaal die met een stevig leger achter zich zijn wil kan opleggen.  Maar zijn gezag is niet minder sterk.  Kom en volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.  

Dat is christen zijn, Jezus volgen.  Naar zijn evangelie komen luisteren; dat we elke keer een beetje beter begrijpen.  En hoe meer we naar de woorden van Jezus luisteren, hoe meer we de anderen als broers en zussen zullen zien.  En niet alleen de christenen, ook de joden, de moslims, de boeddhisten, degenen die zonder God of geloof leven…  Elke bewoner van deze aarde is voor ons een kind van God en moet dus met respect en liefde behandeld worden, alsof het Jezus zelf is.

Wij zijn niet zo anders dan die Simon en Andreas, die bezig waren met hun werk van elke dag.  Het waren vissers en ze waren hun netten aan het uitwerpen, zoals ze elke dag deden.

Op dat moment komt Jezus bij hen.  Kom en volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.  Hetzelfde gebeurt een beetje later met Jakobus en Johannes, die ook met hun netten in de weer zijn.  Alle vier laten ze hun netten achter.  Die netten, dat zijn hun gewoontes van altijd.  Die leerlingen horen Jezus en laten hun oude leven achter, om nieuwe mensen te worden.  Als je écht naar de woorden van Jezus luistert, kan je niet dezelfde blijven. 

Maar waarom zouden ze die jonge meester volgen?  Waarom zouden ze hun bezigheden van altijd achterlaten?  Die netten, dat was toch dé manier om in leven te blijven, daar waren ze goed in, dat deden ze al jaren en kenden ze door en door…

Jezus stelt niet een heel programma voor, doet niet een hele uitleg zodat de leerlingen kunnen beslissen of het wel of niet hun ding is.  Hij zegt enkel: kom achter mij aan, zie wat ik doe, leer van mij en je zal een visser van mensen worden.  Jouw leven zal veel meer waard worden, je zal je kleine vissersdorpje verlaten en je zal de wereld zien en dingen doen die je nooit had gedacht en mensen ontmoeten waar je nog nooit van hebt gehoord.

Jezus vraagt hen eigenlijk om niet langer alleen voor zichzelf te leven maar hun hart te openen voor de liefde van God, een liefde voor alle mensen die alle grenzen overstijgt.
De vissers laten meteen hun netten achter.  Ja, er is haast bij.  Ons leven duurt niet eeuwig, we kunnen niet altijd uitstellen tot morgen.  Er is haast om de liefde van God in de wereld te brengen, er is zoveel nood aan goed nieuws, aan evangelie, aan de liefde voor de anderen die groter is dan de liefde voor onszelf.

Deze leerlingen gaan al mee, zelfs als ze nog niet alles begrepen hadden.  Dat moeten wij ook doen, al op weg gaan met Jezus, wetend dat we nu nog niet alles begrijpen maar dat elke stap een stap dichter bij de Heer is. 


Laten wij zoals de eerste leerlingen luisteren naar de stem van Jezus die zegt: Kom en volg mij en laten wij alles achterlaten wat ons doet leven voor onszelf. 

zondag 14 januari

1 Sam. 3, 3b-10.19
Joh 1, 35-42

Het is vandaag de tweede zondag van de gewone tijd van het jaar.  De gewone tijd is de tijd na Kerstmis waarin de kerk terug haar wekelijks ritme opneemt om te luisteren naar de woorden van Jezus. Ja, luisteren naar het woord van God is erg belangrijk.  Het verandert ons, maakt ons betere mensen. 

Wij zijn een beetje zoals die jonge Samuel in de eerste lezing.  Hij wordt door God geroepen, maar het duurt een hele tijd voor hij doorheeft dat het God is die hem roept.  Samuel kan er eigenlijk niet zo goed aan uit, hij hoort wel een stem die zijn naam roept maar hij denkt dat het Eli is.  Samuel is wel al op de juiste plek om de stem van God te kunnen horen, weten jullie nog waar hij zich bevindt?  Ja, hij is in het heiligdom van de Heer -dicht bij de plek waar de ark van God stond.  Die ark waarmee Noach gered wordt, samen met zijn familie en van elk dier een paar, een mannetje en een vrouwtje.  Weten jullie nog hoe dat verhaal juist ging? 

Samuel is dus op de plek waar de ark bewaard werd en hij hoort zijn naam.  Eerst gaat hij naar Eli omdat hij denkt dat die hem roept.  Maar na de derde keer is het de oudere Eli die als eerste snapt dat het God zelf is die Samuel roept.  En hij zegt tegen Samuel dat hij terug moet gaan slapen en als hij de stem opnieuw hoort, dat hij dan moet zeggen: Spreek, uw dienaar luistert. 

Elke christen moet antwoorden zoals Samuel op de roep van de Heer.  Maar om die stem die roept te kunnen horen moeten wij het stil maken in ons hart.  Zo vaak horen wij alleen de luide stemmen van de televisie of van de mensen om ons heen.  Als we naar de kerk komen, het huis van God, kunnen we proberen de stem van God te horen, in de woorden die tot ons gesproken worden. 

En vandaag brengt het evangelie ons op de oever van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen is.  Wat wil dat zeggen voor ons, op die oevers van de Jordaan staan?  Het betekent kerstmis niet bekijken als een feest dat voorbij is zodat we verder kunnen leven zoals ervoor. 

Aan de oever staan, zoals Johannes, betekent blijven uitkijken naar de komst van Jezus, nu niet meer als een klein kindje, maar als een volwassen man die veel te zeggen heeft voor ons leven.  Johannes blijft trouw naar de Jordaan gaan en elke dag doopt hij daar mensen.  Maar deze dag is een bijzondere dag, want hij ziet Jezus voorbijkomen. 

Johannes herkent Jezus onmiddellijk en zegt: Daar is het lam van God. 
Aan die oever stonden 2 leerlingen, waarvan één iemand een bekende is voor ons.  Wie heeft er gehoord wie het was?  Inderdaad, het was Andreas.  En Andreas is de broer van Petrus. 
Andreas hoort Johannes de doper zeggen dat Jezus het lam van God is en hij besluit hem te volgen.  Ze beginnen Jezus te volgen, van op een zekere afstand.  Jezus draait zich om en vraagt hen: ‘Zoeken jullie iets?’  Belangrijk is dat het Jezus is die zich omkeert en als eerste de leerlingen aankijkt. 
De leerlingen verlangen naar een nieuw leven voor zichzelf en voor de anderen en vragen aan Jezus waar hij verblijft.  Ze willen Jezus opnieuw zien, hem volgen, bij hem blijven.  Ze hebben begrepen dat hij hun leven écht kan veranderen. 

De leerlingen hebben door dat ze niet langer alleen moeten blijven, dat Jezus een gezel voor hun leven is.  Andreas gaat zijn broer Simon halen, want hij wil dat deze ook het geluk zou vinden.  Hij zegt tegen zijn broer: “Wij hebben de Messias  - dat vertaald betekend: de Gezalfde -  gevonden”  en hij neemt zijn broer mee tot bij Jezus. 

Ieder van ons heeft zoals Petrus iemand nodig die hem tot bij Jezus brengt, tot bij God.  Alleen red je het niet.  Zoals de jonge Samuel die Eli nodig heeft om de woorden van God te begrijpen, zo heeft ook Simon zijn broer Andreas nodig die hem de weg toont naar Jezus. 
Andreas heeft op zijn beurt Johannes de Doper nodig om te begrijpen dat Jezus de messias is.  Iedereen heeft iemand anders nodig in zijn leven.

Ook wij hebben mensen nodig die ons begeleiden op onze spirituele en menselijke weg, onze ouders, de priester, de mensen in de kinderliturgie, een broer of zus.

Op de vraag van de leerlingen antwoordt Jezus: Kom mee en je zult zien.  Jezus legt niet meteen alles uit, hij vraagt de leerlingen om Hem te beginnen volgen, om op weg te gaan met Jezus.  Hij weet dat de leerlingen zijn woorden niet meteen zullen begrijpen, dat ze tijd nodig hebben om beetje bij beetje meer te begrijpen, zoals ook wij week na week een beetje beter de woorden van het evangelie leren begrijpen.


Het woord van Jezus moet doorgegeven worden, want anders gaat het verloren.  Laten wij zoals Samuel dicht bij de Heer blijven, elke week naar Zijn woorden komen luisteren.  Laten wij ons hart openen voor Zijn Woord en andere mensen tonen dat Jezus volgen mooi is.  
Js 60, 1-6
Mt 2, 1-12

 Sla uw ogen op en zie om u heen, allen verzamelen zich en komen naar u toe: uw zonen komen aan uit de verte, uw dochters worden op de heup aangedragen.
Deze woorden uit de profeet Jesaja hoorden we vandaag op het feest van de Openbaring.  Dit is de wens van God voor alle mensen, dat iedereen naar Hem toekomt.  Allen verzamelen zich, niemand wordt buitengesloten. Zonen zowel als dochters, van alle volkeren zonder verschil.

Er is in het diepste hart van elke mens een heimwee naar God, een verlangen om God te ontmoeten.  Het is deze heimwee die de wijzen op weg heeft gezet om de ster te volgen.  Ze zeggen tegen Herodes: Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen. 

Het zijn de wijzen uit het oosten, ze staan symbool voor alle mensen van alle landen op aarde.  Met het feest van de Openbaring wil de kerk elke mens helpen om tot bij dat kindje te komen.

De wijzen volgden de ster om bij Jezus te komen.  Ze zagen het kindje samen met zijn moeder Maria en huldigden het.  Samen met Maria, met Jozef en met de herders hebben ook de wijzen begrepen dat de redding van de mensen juist is om dat kleine kindje welkom te heten.  En samen met dat kindje, alle zwakke en weerloze mensen.
De reactie van Herodes en van de inwoners van Jeruzalem is heel anders.  Zodra zij over het kind horen, worden ze ongerust.  Herodes is zelfs zo ongerust dat hij opdracht geeft om het kindje te laten doden.  Het zijn de wijzen die het kindje redden en aan de wreedheid van Herodes doen ontsnappen.  Ze gaan immers langs een andere weg terug naar huis.  Als je de Heer ontmoet, kan je niet dezelfde blijven, kan je niet je weg van altijd verder blijven gaan. 


De wijzen lopen vandaag voor ons uit en tonen ons een nieuwe weg om te bewandelen.  Een weg die verlicht wordt door het licht van het Woord van God.  Het is aan ons om trouw deze weg te bewandelen en om zoals Maria alle woorden die wij horen in ons hart te bewaren zodat ze ons tot betere mensen kunnen maken. 

31 december 2017

Gen 15, 1-6,21,1-3
Lc 2, 22-40

Het evangelie van vandaag brengt ons naar Nazareth, om de familie van Jezus te ontmoeten.  Ook Jezus had immers een familie nodig.  Over de kindertijd van Jezus weten we eigenlijk niet zo heel veel, maar de verschillende evangelies vertellen ons toch een paar episodes.
 
Het evangelie volgens Lucas schrijft dat Jezus als kind zich naar zijn ouders ‘schikte’.  Dat wil zeggen dat hij deed wat ze vroegen, dat hij naar hen luisterde.

Maria, zijn moeder, bewaarde alles wat met kerstmis gebeurd was in haar hart.  Jezus werd een wijs en volwassen man die steeds meer in de gunst kwam van God en van de mensen. Dat lezen we ook nog in het evangelie.  Maar over de rest van zijn kindertijd weten we niet zoveel…  Alleen misschien nog het verhaal dat hij rond zijn twaalfde achtergebleven was in de tempel.  Wie weet nog hoe dat nu weer juist afgelopen is?
Maar vandaag horen we het verhaal van Simeon en Hannah, van de twee bejaarde mensen die Jezus als baby ontmoeten.

De familie van Jezus was een heel gewoon gezin, die leefden volgens de wetten van de joden.  Jozef werkte als houtbewerker en was dus een erg gewone man, niet straatarm en niet rijk, doodgewoon.

Het was een gewoon gezin, ze zagen elkaar graag en af en toe liep er iets mis, zoals dat misverstand toen Jezus in de tempel was achtergebleven, een beetje zenuwslopend maar niet speciaal, komt in elke familie wel eens voor…
Dat is de heiligheid van de familie van Jezus, ze nemen Hem op in hun hart en ze laten Hem langzaam groeien.  Nazareth, plaats van het gewone leven, betekent ‘zij die bewaart’. 

Nazareth is de plaats die elke christen in zijn hart moet vinden, een plaats waar wij de schat van het evangelie bewaren, waar wij het niet vergeten.
Ergens in het evangelie vraagt iemand: Wat voor goeds kan er uit Nazareth komen?  Uit Nazareth komt de redding voor de wereld. 

En de familie van Jezus wordt vandaag uitgebreid met de oude Simeon en Hannah.  Twee mensen die heel hun leven gewacht hadden op deze redding, die waakzaam waren gebleven en uitkeken naar de Messias.

In hun ouderdom verwelkomen ze dit kindje en ze veranderen erdoor.  Simeon is getroost en zegt dat zijn dagen vervuld zijn.  Laat uw dienaar nu maar heengaan zegt hij tegen de Heer, laat mij nu maar sterven want ik heb de redding gezien in dit kindje.  Hannah is ook oud, maar antwoordt anders, ze begint tegen iedereen te vertellen dat ze de redder heeft gezien.  Ze wordt als het ware terug jong en vol energie om de blijde boodschap van Jezus te verkondigen.

Dat gebeurt er bij mensen die het evangelie ontvangen, ze zijn getroost en ze krijgen terug energie, want het is écht een woord van leven. 
Dit gebeurt ook in de eerste lezing uit het boek Genesis, Abraham geloofde God.  Ook al leek het heel erg raar wat die zei, hij zou nog een zoon krijgen hoewel zijn vrouw al erg oud was. 

Abraham had de hoop al bijna opgegeven, zoals ook Simeon en Hannah waarschijnlijk vaak gedacht hadden dat ze al te oud waren om de Messias nog te kunnen ontmoeten in hun leven.

Abraham geloofde God, staat er in het boek Genesis;  en door dit geloof ontvangt zijn oude vrouw Sarah een zoon.
Abraham ontvangt God in zijn leven als vriend en wordt vader van alle gelovigen genoemd; van joden, van christenen en van moslims.

Het geloof van Abraham is krachtig en zonder twijfel.  Niet zoals zijn vrouw Sarah die kritisch lacht als ze hoort dat ze op haar leeftijd nog een zoon zal krijgen.

Het geloof van Abraham maakt het onmogelijke mogelijk.  Laten wij bidden om zo’n geloof, een geloof dat bergen kan verzetten. 

derde zondag van de advent

Jes 61, 1-2.10-11
Joh 1, 6-8.19-28

Beste vrienden
Deze zondag wordt Gaudete genoemd en dat betekent verheugd zijn, blij zijn.  De zondag van de vreugde.  Een vreugde van te weten dat Jezus onder ons zal geboren worden met kerstmis, een vreugde om te weten dat er licht zal schijnen in de duisternis, dat er hoop is want dat alles nieuw zal worden.

De Heer komt midden onder ons, want hij wil ons redden van het kwade, van alle slechte dingen en hij komt ons een blijde boodschap van redding brengen.  Wat is het moeilijk voor de mensen om zich te verheugen, om blij te zijn.  Veel te gemakkelijk zijn wij droevig, omdat we vinden dat we te weinig hebben of te weinig aandacht krijgen.  Droevig omdat we onszelf beklagen en de andere mensen wantrouwen.
Met zijn komst wil Jezus die droefheid uit ons hart wegvegen en plaats maken voor een diepe vreugde om te beseffen dat wij kinderen van God zijn, dat Hij ieder van ons graag ziet en dat wij broers en zussen van elkaar mogen zijn.

Ik verheug mij uitbundig om Jahwe, ik jubel en juich om mijn God, want Hij heeft mij bekleed met gewaden van redding, mij gehuld in een mantel van heil.  Zo schrijft de profeet Jesaja het al.  Wij kunnen leren om écht vreugdevolle mensen te zijn, zonder onze ogen te sluiten voor de noden van anderen, voor de armen en zwakken.

Vandaag spreekt opnieuw Johannes de Doper tot ons in het evangelie.  Hij is de stem die roept in de woestijn: Maak de paden van de Heer recht.  Hij is slechts een stem, maar hij voelt zich verantwoordelijk om te spreken.  Het is zoals de apostel Paulus die in de brief aan de Korintiërs zegt: Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig. 

De kracht van Johannes de Doper is een zwakke kracht, het is slechts een stem, hij gebruikt geen macht of geen geweld om zijn boodschap over te brengen.  En toch is hij een sterke stem, waar veel mensen naar kwamen luisteren.  Een stem die met gezag sprak en heel duidelijk zei dat de mensen zich moesten bekeren. 


Johannes de Doper wil de aandacht niet op zichzelf vestigen, maar hij wijst naar degene die zal komen: Jezus de zoon van God.  Dat leren wij vandaag van Johannes, om de aandacht niet op onszelf te richten, maar op het zwakke kindje dat zal geboren worden in een stal omdat er nergens plaats voor hem was.  Een vluchtelingenkind zoals er vandaag jammer genoeg nog zovelen zijn.  Een kind dat liefde en bescherming nodig heeft.