Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

50 jaar Sant Egidio


Hand 9, 26-31
Joh 15, 1-8

Beste vrienden,
Vandaag vieren we de 50 ste verjaardag van Sant Egidio wereldwijd.  Allemaal worden we vandaag een beetje 50 jaar, van de jongste tot de oudste.  Want de geschiedenis van Sant Egidio is ook onze geschiedenis ook al waren we er niet van de eerste dag bij. 
50 jaar geleden begon Andrea Riccardi als jongeman samen met een paar vrienden het evangelie te lezen en hij begreep dat die woorden iets betekenden voor zijn leven.  Ze wilden samen de wereld veranderen en ze begrepen dat dit enkel kon als ze begonnen met hun eigen hart te veranderen. 

Een beetje zoals Paulus in de eerste lezing die we gehoord hebben.  Paulus heeft eerst lange tijd de eerste leerlingen vervolgd, hij was boos op hen omdat ze de wetten van de joden niet helemaal volgden en de armen ook op sabath hielpen bv.  Maar op weg naar Damascus, een grote stad in die tijd, heeft Paulus de Jezus die verrezen was ontmoet.  En hij veranderde zijn hart, hij bekeerde zich. 
En vanaf toen begreep Paulus dat Jezus volgen zijn redding was, zijn manier om gelukkig te leven en anderen gelukkig te maken.  Daarom zijn we hier vandaag bijeen in de kerk, omdat wij hetzelfde ontdekt hebben of beginnen te ontdekken.  De woorden van Jezus tonen ons hoe wij geluk kunnen vinden voor onszelf en hoe wij zo de wereld kunnen veranderen.
Paulus heeft zich bekeerd en is toen Barnabas tegenkomen.  En in de bijbel staat: Barnabas heeft zich zijn lot aangetrokken.  Dat is ook heel belangrijk.  Barnabas had vol wantrouwen en verwijten kunnen staan tov Paulus, want hij had uiteindelijk heel veel leerlingen vervolgd.  Maar dat doet Barnabas niet.  Hij begrijpt dat Paulus niet langer dezelfde is, dat hij meer is dan de slechte daden die hij gedaan heeft.  Barnabas is de eerste die Paulus vergeeft en hij brengt hem tot bij de apostelen.
Barnabas geeft Paulus vriendschap en toont eigenlijk al meteen dat de woorden van Jezus waar zijn.  Wie een christen ontmoet, wie een mens van geloof ontmoet, moet vrede ontmoeten, moet vriendschap krijgen, moet vergeving krijgen voor gemaakte fouten.
Op die manier is Barnabas een voorbeeld voor ons, want hij leeft na wat Jezus zelf eerst voorgeleefd heeft.

Want in het evangelie gaat het vandaag juist daarom.  Ze brengen een vrouw tot bij Jezus die een fout heeft gemaakt.  En ze halen er de wet van Mozes bij.  Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover?  Het is de valsheid van de Farizeeën en schriftgeleerden die deze vrouw gewoon gebruiken om Jezus in de val te laten lopen.  Want als hij een goede jood zou zijn, zou hij zich toch houden aan de wet van Mozes!
Maar Jezus trapt niet in hun val.  Hij zegt hen om eerst naar zichzelf te kijken.  En als er iemand onder hen was die geen enkele fout gemaakt heeft, dan mocht die als eerste een steen gooien naar de vrouw.  Jezus antwoordt met de vergeving en het medelijden.
En niemand gooit een steen, want ze hadden waarschijnlijk zelf ook allemaal wel fouten gemaakt.   En Jezus gooit zelf ook geen steen naar die vrouw, al had hij geen fouten gemaakt.  Jezus is ons voorbeeld.  Hij wil dat wij zijn evangelie écht beleven: niet oordelen over de anderen, met vriendschap en liefde de anderen tegemoet gaan en zo vrede in de wereld brengen.
Dat is de kracht van de woorden van Jezus die wij lezen in het evangelie elke week in de kerk.  Daarom komen wij telkens opnieuw luisteren naar zijn Woord.  Om betere mensen te worden, om minder naar onszelf te luisteren en meer naar de stem van God die we horen in de woorden van het evangelie. 
Om te bidden voor de wereld en voor al wie in nood is.  Om dankbaar te zijn voor 50 jaar Sant Egidio, 50 jaar vriendschap met de armen en werken voor de vrede. 

Pasen


Hand 10, 34.37-43
Joh 20, 1-9

Wij hebben Jezus gevolgd tijdens de laatste dagen van zijn leven en nu is het Pasen.  Het paasevangelie vertrekt vanuit de duistere nacht.  Johannes schrijft dat het nog donker was toen Maria van Magdala naar het graf ging.  Ook in haar hart heerste duisternis.  Ze is heel erg droevig en heeft geen hoop meer, want ze hebben Jezus gekruisigd en hij is gestorven.

Maar zodra ze aan het graf komt, ziet ze dat de zware steen is weggerold.  Ze loopt meteen naar Petrus en Johannes en zegt: Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.

Als Petrus en Johannes zien hoe wanhopig Maria is, lopen ze ook naar het graf.  Ze willen zelf ook gaan kijken.  Ze lopen, ze haasten zich, dit toont hoe elke christen op zoek moet gaan naar Jezus.  Gehaast, snel, niet op het gemak van altijd. 
Johannes, de leerling van de liefde, loopt het snelst en komt het eerst aan bij het graf.  De liefde doet het snelste lopen, maar hij wacht wel op Petrus.  Hij wacht op zijn broer in het geloof.

En Petrus gaat als eerste binnen.  Die Petrus die zo bang was geweest aan het vuur, toen dat dienstmeisje hem herkende, hij vindt stilaan de moed terug.  Ze zien dat het lichaam van Jezus weg is. 

Jezus is niet meer in het graf, hij is verrezen, hij heeft de dood overwonnen.  Hij heeft zich niet zoals Lazarus moeten losmaken uit de zwachtels van de dood, hij heeft de dood overwonnen. 

Dat is Pasen, de dood heeft niet het laatste woord, alles kan veranderen, er is altijd hoop!  Jezus leeft voor altijd.  Het evangelie is opnieuw geboren worden, een wedergeboorte.  En dit nieuws van Pasen mogen we niet voor onszelf houden, maar moeten we delen met de hele wereld.  Alles kan veranderen, elke oorlog kan stoppen, alle haat kan veranderen in liefde. 

4 maart 2018


Ex. 20, 1-17
Joh. 2, 13-25

Het evangelie van vandaag begint met de zin: Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem.  Jezus was op weg naar het Pesach feest in Jeruzalem.  Ook wij zijn tijdens deze vasten op weg naar Pasen.  We zijn met Jezus mee op weg naar Jeruzalem en we bereiden ons voor op die belangrijke Goede Week.  Een week van lijden, een week van verraad en verdriet, maar vooral een week die eindigt met de verrijzenis.
De vasten is ondertussen 3 weken bezig en we moeten ons afvragen of we trouw zijn gebleven aan onze afspraken, aan de veranderingen die we wilden doorvoeren tijdens deze vasten. 
Wat het is veel makkelijker om verder te leven zoals altijd, een beetje zoals de mensen in de tempel die handel dreven, die offerdieren verkochten en eigenlijk in het huis van God verdergingen met hun leventje van altijd.
Maar Jezus laat dit niet zomaar gebeuren, hij maakt zich boos, maakt een gesel en drijft ze allemaal uit de tempel.    Jezus wordt boos, omdat hij ziet dat het geld belangrijker is geworden voor de mensen dan God zelf.  Het komt op de eerste plaats, het krijgt al hun aandacht.  Jezus begrijpt dat het de 30 denariën zijn die Judas zullen overtuigen om Hem te verraden. 
In de eerste lezing uit het boek Exodus horen we de opsomming van de tien geboden, zoals God ze aan Mozes gegeven had:
Altijd God vereren, nooit afgoden, niet vloeken of de naam van God oneerbiedig gebruiken, de zondag vieren, vader en moeder eren, niet doden, niets doen dat oneerbaar is, niet stelen, tegen uw naaste niet vals getuigen, niets doen dan onkuis is en niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort. 
Dat zijn duidelijke wetten om een eervol leven te leiden.  En misschien dachten al die handelaren in de tempel wel dat ze dat allemaal deden.  En toch wordt Jezus boos, omdat ze in hun hart niet de juiste keuze hebben gemaakt.  Omdat ze het geld boven God stellen. 
En dan zeggen de mensen tegen Jezus: wie denk jij wel dat je bent.  Waarom durf jij zo tegen ons tekeer te gaan! Maar Jezus laat zich niet afschrikken. 
Hij zegt: Breek deze tempel af en ik zal hem in 3 dagen weer opbouwen.  De mensen dachten dat hij de tempel van Jeruzalem bedoelde maar Jezus bedoelde zijn eigen lichaam.
Jezus jaagt de handelaars weg met een gesel.  Eigenlijk is zijn Woord elke week een beetje zoals die gesel, die de slechte dingen, zoals het egoïsme en onze liefde voor onszelf,  uit ons hart wil wegjagen zodat er alleen plaats overblijft voor het goede. 

25 februari 2018


Gen 22, 1-2.9a.10-13.15-18
Mc 9, 2-10

Twee bergen steken deze tweede zondag van de vasten hoog tegen de lucht af.  De berg Moria en de berg Tabor.  De berg waarop Abraham op de proef werd gesteld door God en de berg waar Jezus van gedaante verandert.

In de eerste lezing uit het boek Genesis lezen we hoe Abraham 3 dagen lang op reis gaat, naar de top van de berg Moria.  Deze tocht is het beeld van elke pelgrimstocht, ook van de tocht van de veertigdagentijd die wij nu meemaken, maar eigenlijk ook de tocht van ons leven.  Een reis, een zoektocht naar God.

God stelt Abraham op de proef.  Hij vraagt hem eigenlijk om zijn vertrouwen op de toekomst niet in zijn zoon te stellen maar wel in God.  De Heer vraagt Abraham om niet op zichzelf te vertrouwen, maar 100% op Hem. 
Dat moet voor Abraham een moeilijke opdracht geweest zijn.  We weten hoe lang hij had moeten wachten op die zoon!  Maar na deze beproeving ontvangt Abraham zijn zoon Isaac eindelijk echt als zoon, niet langer gewoon als bloed van zijn bloed, maar wel als een geschenk van God.
 
Abraham die bereid was op zijn zoon te offeren voor God, krijgt hem terug van God en wordt als die vader die de verloren zoon terug in zijn armen neemt, de zoon die dood was en terug levend is geworden.
Abraham krijgt Isaac als geschenk van God en wordt zo een voorbeeld voor alle gelovigen, hij wordt vader van alle gelovigen genoemd, voor joden, voor christenen en voor moslims.

Dit geloof en dit vertrouwen van Abraham is een groot voorbeeld voor ons allemaal. 
En dan wordt er in het evangelie gesproken over een andere berg: de berg Tabor.  Jezus neemt ons mee naar boven op die berg vandaag, zoals hij deed met zijn drie beste vrienden.  Hij neemt ons mee, om samen met hen die diepe band met de Heer te tonen.  Een verbondenheid die zo sterk is dat ze straalt als een wit licht. 

Jezus zelf is ook die berg opgegaan, hij heeft ook die ‘spirituele’ weg afgelegd, net zoals de leerlingen.  Maar hij gaat ons voor, hij is het voorbeeld. 
Jezus moest de berg op, zoals Mozes en Elia, zoals de leerlingen, zoals elke gelovige.  Geloof en geluk komen niet vanzelf, we moeten er moeite voor willen doen, we moeten die berg op om de Vader te ontmoeten.

Op de berg Tabor zien we Jezus in gesprek met Mozes en Elia.  Die berg Tabor is eigenlijk zoals de eucharistieviering, waarin we samen met Jezus bij de Heer mogen zijn, naar zijn woorden luisteren en deelnemen aan zijn hemelse maaltijd in de eucharistie. 

En zoals Petrus willen we dan zeggen: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.”  We luisteren naar de stem die zegt: dit is mijn zoon.  Zoals ook al werd gezegd toen Jezus door Johannes de Doper gedoopt werd in de Jordaan.  Luister naar Hem.

Nadat deze stem heeft geklonken, zijn de leerlingen nog alleen met Jezus.  Bijna alsof dit wil zeggen dat de woorden van Jezus alleen genoeg zijn om de liefde van God te leren begrijpen.   Van hieraf kunnen we weer naar beneden gaan en onze weg verderzetten.

Nadat ze op de berg zijn gegaan, zijn de leerlingen niet meer dezelfde als ervoor.   Ze hebben op hun netvlies het beeld van de gedaanteverandering van Jezus. 
De hut die Petrus wilde bouwen, is al door God zelf gebouwd in Jezus.  Hij is het woord dat vlees geworden is en tussen ons heeft geleefd. 
Aan ons dus om dit woord te horen, ernaar te luisteren en in ons hart te laten planten, zodat het veel vruchten van liefde kan voortbrengen in deze wereld.  

18 februari - eerste zondag van de vasten

Gen 9, 8-15
Mc 1, 12-15

Afgelopen woensdag was het aswoensdag, het moment waarop voor de christenen de vastentijd begint.  Een eenvoudig voorstel om de strijd aan te gaan met onze gewoontes, met ons leven van altijd.  Om ons hart te scheuren en nieuw te maken.
Wanneer we een assenkruisje opgelegd krijgen, zegt de priester tegen iedereen: bedenk mens, dat gij van stof zijt en tot stof zult weerkeren.  Met andere woorden, vergeet nooit dat je maar een gewone mens bent, maak dus van jezelf geen god die je achternaloopt.   
Ja, we hebben het nodig om terug te keren naar God.  Om daar aan herinnert te worden, want we vergeten het maar al te snel en zoals de jongste zoon in de parabel van de verloren zoon gaan we onze eigen weg en denken we dat we beter af zijn zonder de vader, dat we het allemaal zelf wel kunnen.

Keer tot God terug met heel je hart.  Niet een klein beetje, maar met heel je hart.
In het evangelie van vandaag wordt Jezus zelf op de proef gesteld in de woestijn.  In het evangelie volgens Marcus staat er ‘door satan’.  Dat betekent door het kwade, door de wil om te leven voor jezelf, om jezelf te redden. 
In Jezus is God eindelijk in de wereld gekomen, om de strijd aan te gaan met het kwade.  En ook wij moeten deze strijd in ons eigen hart voeren, opdat wij altijd zouden kiezen voor het goede en het kwade zouden afzweren.
Jezus houdt van elke mens en wil niet dat er iemand verloren gaat, zoals een herder die om elk schaap geeft en wil dat ze allemaal bij de kudde blijven.  Daarom zegt hij tegen ieder van ons vandaag: de tijd is rijp, bekeer u want het rijk gods is nabij.
Jezus wil niet dat ons leven verloren gaat, dat we droevig worden omdat we de ware vreugde van de vriendschap voor de anderen niet kennen.  Wie zijn eigen leven niet verandert, blijft altijd dezelfde en geeft uiteindelijk toe aan de stem van satan die zegt: kies toch voor jezelf, leef toch voor jezelf.
De veertigdagentijd is een tocht.  En op die tocht worden we uitgenodigd door Jezus.  Maar hij vraagt wel dat we ons zouden haasten en dat we met heel ons hart ons tot God zouden keren. 
Wij denken vaak dat de vraag van Jezus niet dringend is, dat we ook nog wel wat kunnen wachten met onze bekering, dat we wel aan anderen zullen denken als we groot en volwassen zijn.  Dat is fout gedacht.  Onze bekering is dringend, want als we ons eigen hart niet veranderen kunnen we de wereld niet veranderen.  En deze wereld heeft zoveel nood aan verandering, want er is zoveel hardheid, zoveel geweld.  Denken we maar aan de schietpartij in Florida, of de oorlog in Syrië, of de uitbuiting van zovele straatkinderen in het zuiden van de wereld.  Zoveel geweld, zoveel plaatsen waar satan lijkt te overwinnen.
De veertigdagentijd roept ons dringend op om de wereld te veranderen, te beginnen bij ons eigen hart.  Onze bekering helpt om een wereld in vrede tot stand te brengen.
De leerlingen van Jezus zijn geroepen om mensen van het hart te worden, mensen die de liefde van Jezus in de wereld brengen.
Geloven in het evangelie betekent geloven in die Vader die de verloren zoon tegemoetloopt en in zijn armen sluit, zonder dat die jongste zoon dat verdiende.  Het betekent geloven dat dit woord de weg van vrede is die de wereld zal veranderen.

Het betekent geloven in de kracht van het gebed.  Laat ons deze vastentijd gebruiken om meer te bidden en meer in de bijbel te lezen.  Want door de woorden van God meer te lezen zullen ze meer wortel vinden in ons hart en zullen ze ons hart kneden zodat we betere mensen worden.  

29 januari 2018

Deut. 18,15-20
Mc 1, 21-29


Als Jezus de woestijn van Juda verlaat, kiest hij Kafarnaum als zijn verblijfplaats.  Hij gaat niet terug naar Nazareth, waar hij dertig jaar geleefd heeft, waar hij was opgegroeid en waar hij alles kende.
Jezus kiest ervoor om naar een stad te gaan.  De keuze voor de stad is niet toevallig.  Jezus wil het leven van de mensen delen.  En Jezus wil dit niet alleen doen.  Vorige week hebben we gehoord wie hij als eerste leerlingen geroepen heeft. 
Jezus wil de kracht van het evangelie in de grote steden brengen, in de grote wereld.  Dit is een oproep voor alle christenen, ook voor ieder van ons.  Om het evangelie daar te beleven waar wij komen, in onze scholen, in onze sportclubs, in onze familie en vriendenkring.  Overal kan je het evangelie beleven. 
Het is geen toeval dat paus Franciscus geregeld oproept om van het evangelie te getuigen in de stad.  En Jezus begint zijn eerste prediking in de synagoge van Kafarnaum.  Na ons bezoek van vorige week aan de joodse familie en hun synagoge begrijpen we beter hoe belangrijk die synagoge voor de joden wel is.  Het is het huis van God, waar ze heel veel uren doorbrengen om te bidden, om te lezen, om samen te luisteren naar de woorden van God. 
Jezus begint te spreken over de kracht van de verandering die het evangelie in de wereld kan betekenen.  Later zal hij zeggen dat het koninkrijk van God is als gist in het deeg, dat het hele deeg doet rijzen.
Zo is het ook met het evangelie: het kan de hele stad doen rijzen! 
Het evangelie van vandaag legt ons uit dat Jezus met gezag spreekt.  Degenen die in de synagoge aanwezig waren waren ‘buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit’.

Als je de woorden van Jezus hoort, kan je niet onverschillig blijven.  Je wordt voor een keuze gezet: Jezus en zijn droom volgen, of je opsluiten in je eigen kleine wereld.  De prediking van de schriftgeleerden die vol zat met regels waar je je aan moest houden, raakte niet echt het hart van de mensen.  En ook vandaag zijn er veel predikers die de mensen toespreken, via de tv, via facebook, via de sociale media.  Predikers die zeggen dat je vooral aan jezelf moet denken.  Dat je je geluk moet vinden in de ultieme sport, of het nieuwste game, of in mooie kleren of lekker eten… Zoveel manieren worden ons aangeboden om gelukkig te zijn en de ene roept al luider dan de andere.

Jezus roept niet luid, je moet moeite doen om zijn boodschap te horen.  Maar hij spreekt wel met gezag en legt ons duidelijk uit dat de enige manier om écht geluk te vinden is om God graag te zien en de anderen liever dan jezelf.  Het lijken heel eenvoudige woorden maar het is misschien wel het moeilijkste wat een mens moet doen in zijn leven, de andere liever zien dan zichzelf…
En dan komt er een man die in de macht was van een onreine geest, een man die niet zichzelf was.  En hij roept:  Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken?  En als we eerlijk zijn, hebben we die vraag mss ook al bij onszelf gesteld.  Wat heeft Jezus met ons leven te maken?  Kunnen wij uiteindelijk niet best voor onszelf beslissen wat goed voor ons is en wat niet?  waarom zouden wij naar hem luisteren?
Er leeft een verzet tegen de woorden van Jezus, omdat ze ons uit onze veilige comfortzone halen, omdat ze ons uit onze luiheid halen en ons wakkerschudden.  Want als je de andere liever ziet dan jezelf, dan wil je niet dat die andere ongelukkig is en dan schiet je in gang om die andere te helpen.
Jezus antwoordt duidelijk: zwijg stil en ga uit hen weg! Elke christen moet tegen die stemmen die oproepen om voor zichzelf te leven zeggen: ga weg!  Zwijg stil!

Jezus roept ons op om het evangelie écht te beleven.  Of zoals Franciscus van Assisi het zei: sine glossa, zonder commentaar, zonder toevoegingen of dingen af te zwakken.  Want als wij het evangelie écht beleven, zullen wij de wereld kunnen veranderen.  

21 januari 2018

Jn 3, 1-5.10
Mc 1, 14-20

Het evangelie van vandaag vertelt ons over één van de eerst ontmoetingen van Jezus.  Het is het begin van een vriendschap zonder einde, een broederlijkheid die ver voorbij de eigen familie gaat.   Deze vriendschap is geen gebeurtenis uit het verleden.  Ook vandaag nog is dat dé manier om christen te zijn, om die broederlijkheid van Jezus met zijn leerlingen opnieuw te beleven.
Want eigenlijk heeft Jezus ook ieder van ons geroepen om zijn leerling te zijn.  En dus zijn wij samen de leerlingen van Jezus, zoals broers en zussen, maar dan in het geloof.  Als je gedoopt wordt, wordt je opgenomen in de wereldwijde familie van leerlingen van Jezus.  Christen zijn is een weg van ontmoeting, met Jezus en met de anderen.

Jezus spreekt met gezag, hij roept de leerlingen en zegt heel eenvoudig: Kom, volg mij.  Jezus is geen generaal die met een stevig leger achter zich zijn wil kan opleggen.  Maar zijn gezag is niet minder sterk.  Kom en volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.  

Dat is christen zijn, Jezus volgen.  Naar zijn evangelie komen luisteren; dat we elke keer een beetje beter begrijpen.  En hoe meer we naar de woorden van Jezus luisteren, hoe meer we de anderen als broers en zussen zullen zien.  En niet alleen de christenen, ook de joden, de moslims, de boeddhisten, degenen die zonder God of geloof leven…  Elke bewoner van deze aarde is voor ons een kind van God en moet dus met respect en liefde behandeld worden, alsof het Jezus zelf is.

Wij zijn niet zo anders dan die Simon en Andreas, die bezig waren met hun werk van elke dag.  Het waren vissers en ze waren hun netten aan het uitwerpen, zoals ze elke dag deden.

Op dat moment komt Jezus bij hen.  Kom en volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.  Hetzelfde gebeurt een beetje later met Jakobus en Johannes, die ook met hun netten in de weer zijn.  Alle vier laten ze hun netten achter.  Die netten, dat zijn hun gewoontes van altijd.  Die leerlingen horen Jezus en laten hun oude leven achter, om nieuwe mensen te worden.  Als je écht naar de woorden van Jezus luistert, kan je niet dezelfde blijven. 

Maar waarom zouden ze die jonge meester volgen?  Waarom zouden ze hun bezigheden van altijd achterlaten?  Die netten, dat was toch dé manier om in leven te blijven, daar waren ze goed in, dat deden ze al jaren en kenden ze door en door…

Jezus stelt niet een heel programma voor, doet niet een hele uitleg zodat de leerlingen kunnen beslissen of het wel of niet hun ding is.  Hij zegt enkel: kom achter mij aan, zie wat ik doe, leer van mij en je zal een visser van mensen worden.  Jouw leven zal veel meer waard worden, je zal je kleine vissersdorpje verlaten en je zal de wereld zien en dingen doen die je nooit had gedacht en mensen ontmoeten waar je nog nooit van hebt gehoord.

Jezus vraagt hen eigenlijk om niet langer alleen voor zichzelf te leven maar hun hart te openen voor de liefde van God, een liefde voor alle mensen die alle grenzen overstijgt.
De vissers laten meteen hun netten achter.  Ja, er is haast bij.  Ons leven duurt niet eeuwig, we kunnen niet altijd uitstellen tot morgen.  Er is haast om de liefde van God in de wereld te brengen, er is zoveel nood aan goed nieuws, aan evangelie, aan de liefde voor de anderen die groter is dan de liefde voor onszelf.

Deze leerlingen gaan al mee, zelfs als ze nog niet alles begrepen hadden.  Dat moeten wij ook doen, al op weg gaan met Jezus, wetend dat we nu nog niet alles begrijpen maar dat elke stap een stap dichter bij de Heer is. 


Laten wij zoals de eerste leerlingen luisteren naar de stem van Jezus die zegt: Kom en volg mij en laten wij alles achterlaten wat ons doet leven voor onszelf.